vetten-eten-met-diabetes-type-1

We weten inmiddels allemaal dat vetten uit eten, net als koolhydraten en eiwitten, een significante invloed hebben op je bloedsuikers. Aangezien we voor onze gezondheid vetten nodig hebben is het voor het ieder met diabetes type 1 belangrijk om te weten wat deze invloed is, en welke effecten dit heeft. In dit artikel bespreek ik uitgebreid de effecten van vetten op je bloedsuikers en geef ik tips om hiermee om te gaan. 

Let op: Ikzelf ben geen arts en heb geen medisch diploma. Bespreek een wijziging in je behandeling altijd eerst met je diabetesverpleegkundige.

Wat is vet uit eten?

Vet is een macronutrient, net zoals koolhydraten en eiwitten dat zijn. Samen vormen deze bronnen calorieën, en daarmee energie voor het menselijk lichaam. Vet uit eten bevat 9 calorieën per gram, tegenover 4 calorieën per gram koolhydraat of eiwit.

Er zijn drie soorten vetten: onverzadigde vetten, verzadigde vetten en transvetten. Onverzadigde vetten haal je voornamelijk uit natuurlijke en onbewerkte producten, zoals avocado’s en noten. Dit worden ook wel de ‘gezonde vetten’ genoemd. Verzadigde vetten vind je vooral in dierlijke producten en transvetten in bewerkte producten. Deze laatste twee vallen daarmee onder de categorie ‘ongezonde vetten’.

Waar koolhydraten (en een overvloed aan eiwitten) worden afgebroken tot glucose, worden vetten afgebroken tot vetzuren. Het menselijk lichaam heeft energie uit vetten en de afgebroken vetzuren nodig om goed en gezond te kunnen functioneren. Hiermee absorbeert het lichaam vitamines zoals A, D, E en K,  beschermt het je organen en zorgt het voor een gezonde hormoonhuishouding.

Goed om te weten: het lichaam heeft maar twee soorten vetzuren uit eten nodig, linolzuur (omega 6) en alfa-linoleenzuur (omega 3). Deze komen uit onverzadigde vetzuren. De rest kan het lichaam zelf maken [1].

Het effect van vetten op je bloedsuikers

Wanneer we kijken naar de praktijk zal een maaltijd met 5 tot 15 gram geen zichtbaar effect hebben op je bloedsuikers. Echter, wanneer je een grotere hoeveelheid eet dan is het handig om voorbereid te zijn op het mogelijke effect op je bloedsuikers hiervan.

Je hebt het vast eens meegemaakt. Na een patatje, pizza of romige pasta blijft je bloedsuiker eerst stabiel of zakt hij zelfs. Uren erna schiet ‘ie omhoog alsof er geen einde aan komt. Natuurlijk hoeft het niet zo extreem: vet uit eten kan op veel kleinere schaal ook een effect hebben op je bloedsuikers. Ik ervaar dit persoonlijk al wanneer ik in een maaltijd met meer dan 25 gram vet eet. Zijn het vooral ongezonde (dus verzadigde of trans) vetten? Dan merk ik het bij 15 gram al.

Waarom is het nu belangrijk om te weten wat het effect is van vet op onze bloedsuikers? Als we weten hoe dit effect eruit ziet en waardoor dit komt, kunnen we kleine aanpassingen doen in (bijvoorbeeld) onze maaltijden of insulinedoseringen om lage en hoge bloedsuikers te voorkomen of sneller op te lossen. Laten we dus snel kijken hoe vet uit eten effect kan hebben op je bloedsuikers!

Vet uit eten kan het verteren van voeding vertragen

Wanneer je een noemenswaardige hoeveelheid vet in een maaltijd binnenkrijgt kan dit de vertering van de maaltijd vertragen [2]. Dat geldt dus ook voor de koolhydraten in deze maaltijd. Aangezien je met diabetes type 1 insuline moet doseren om je bloedsuikers te managen voor het eten van een maaltijd, kan deze vertraging ervoor zorgen de timing verandert waarop het lichaam deze insuline nodig heeft.

Het is gebruikelijk om insuline te doseren voordat je gaat eten. Echter, wanneer je dit doet en de vetten zorgen voor een (te) grote vertraging in vertering van koolhydraten, dan zal de insuline actief zijn zonder dat er glucose (na afbreken van koolhydraten) is om te vervoeren. Hypo time!

Gelukkig zijn er steeds meer adviezen te vinden wanneer het gaat om het doseren van insuline voor maaltijden die hoog zijn in vetten en ook koolhydraten bevatten. Zo adviseert Gary Scheiner, diabetes type 1 arts en auteur van het boek Think Like a Pancreas, om je insulinedosering op te splitsen. De eerste helft prik je dan wanneer je begint met eten, terwijl je de tweede helft van de insulinedosering 1 tot 2 uur ná het eten neemt.

Voor pengebruikers kan dit door de totale dosering op te splitsen in twee injecties, waarbij pompgebruikers gebruik kunnen maken van de ‘extended bolus’ functionaliteit. Door de insulinedosering te ‘spreiden’ over meerdere uren sluit de werking beter aan op de snelheid waarmee de maaltijd verteert.

Ikzelf zie dit als een goed startpunt, maar aangezien het afhangt van de hoeveelheid en soort vetten, adviseer ik om samen met je diabetes verpleegkundige hier een persoonlijke aanpak voor te vinden.

Vet uit eten kan zorgen voor meer insulineresistentie

Helaas houdt de werking van vet daarmee niet op.

Er zijn maaltijden waar de hoeveelheid vet in verhouding dusdanig hoog is, dat het opsplitsen van je insulinedosering simpelweg niet voldoende is. Denk hierbij aan maaltijden als pizza’s, patat of een broodje shoarma.

Zoals je weet kun je insuline vergelijken met een sleutel die de deuren van lichaamscellen openzet om zo glucose op te nemen. Een grote hoeveelheid vet kan er als het ware voor zorgen dat de sloten op deze deurtjes moeilijker te openen zijn. Hierdoor is er méér insuline nodig om dezelfde hoeveelheid glucose te vervoeren. In medische termen wordt dit insulineresistentie genoemd.

Verzadigde vetten en transvetten zorgen daarbij op korte- en langere termijn voor méér insulineresistentie dan onverzadigde (gezonde) vetten, blijkt uit tal van onderzoeken [3]. Voor mij verklaart het waarom ik voor een pizza dan ook meer insuline dan normaal nodig heb.

In sommige gevallen betekent het vertraagde verteren én verhoogde insulineresistentie door vetten dat we wel tot 12 uur lang ná het eten nog effecten zien op onze bloedsuikers. Niet chill!

Ook hier heeft Gary Scheiner advies uit zijn boek voor. Voor pompgebruikers adviseert hij om de basale insuline afgifte te verhogen met 50% tot acht uur na het eten. Voor pengebruikers adviseert hij naast het opsplitsen van de dosering, ook nog een derde injectie snelwerkende insuline zo’n 4 uur na het eten.

Natuurlijk verschilt de precieze aanpak per persoon. Aangezien het veel afhangt van de maaltijd en de hoeveelheid en soort vetten kun je dit het best met je verpleegkundige bespreken.

Over het soort vetten gesproken…

pizza-eten-met-diabetes

Mijn voedingspatroon: hoe ik omga met vetten

Zoals je kunt lezen is het effect van vetten op je bloedsuikers van dusdanig formaat om rekening mee te houden. Ik ben voorstander van een lage inname (15% tot 25% van totaal aantal dagelijkse calorieën) van vetten uit voeding. Ook vermijd ik zoveel mogelijk verzadigde en transvetten.

Met deze aanpak kan ik mijn snelwerkende insuline goed aansluiten op de glucosepiek die volgt na het eten van een maaltijd. Dit terwijl ik wel voldoende en alle essentiële vetten uit voeding binnenkrijg.

Omdat ik vrij laag in vetten eet betekent het ook automatisch dat ik mijn energie (calorieën) uit andere macronutrienten moet halen. Mijn voorkeur gaat dan naar (onbewerkte) koolhydraten boven eiwitten. Koolhydraten bieden mij namelijk een grotere hoeveelheid vezels, mineralen, vitamines en energie, waar ik aan eiwitten ook voldoende binnenkrijg.

Betekent dit dat ik nooit een pizza of patatje eet? Absoluut niet, ik waag me er ook wel eens aan. Maar heel eerlijk gezegd moet ik mijn diabetes type 1 vervolgens wel een flink aantal uren nauwlettend in de gaten houden, en dat is wel iets om rekening mee te houden.

Hoe ga jij om met het effect van vetten op je bloedsuikers?

Bronnen:

[1]: https://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/vetten

[2]: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/books/NBK53531/

[3]: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15297079/

In deze post zitten affiliate links opgenomen. Wanneer je via deze links een aankoop doet, kost dat jou niets extra en krijg ik een kleine bijdrage. Dit kan ik dan weer investeren in deze website om zo nog betere content te creëren. Jouw support waardeer ik in dat geval enorm.