Tel jij elke maaltijd het aantal koolhydraten voor de insulinedosering die je neemt, maar heb je alsnog vaak hoge of lage bloedsuikers achteraf? Dan kan het zijn dat je koolhydraatratio bijgesteld moet worden. Er zijn veel factoren die invloed op (de verandering van) je koolhydraatratio kunnen hebben. In deze blogpost kijken we daarom naar hoe je deze koolhydraatratio moet berekenen en kan bijstellen. 

Let op: bespreek het doen van onderstaande test en wijzigingen in je doseringen altijd eerst met je diabetesverpleegkundige. Ik heb geen medisch diploma en ben daarmee niet verantwoordelijk voor jouw acties. 

Wat is je koolhydraatratio?

Je koolhydraatratio geeft weer hoeveel gram koolhydraten je met één eenheid snelwerkende insuline kunt eten, met als doel om je bloedsuikers binnen jouw richtlijnen te houden. Ter illustratie: een koolhydraatratio van 1:10 betekent dat je met één eenheid snelwerkende insuline 10 gram koolhydraten kan eten. Hoe hoger je ratio, hoe meer koolhydraten je kunt eten voor in verhouding minder insuline (en visa versa).

Laten we een voorbeeld nemen. Stel dat ik een koolhydraatratio heb van 1:25. Voor een maaltijd van 75 koolhydraten heb ik dan (75:25=) 3 eenheden snelwerkende insuline nodig.

Wanneer je nét de diagnose Type 1 Diabetes hebt gekregen berekent je dokter of diëtist deze waarde meestal voor je. Deze moet dan regelmatig gecheckt en waar nodig geüpdatet worden. Als je jouw diabetes zelf reguleert zul je dit regelmatig zelf moeten doen. Dit omdat je ratio afhangt van veel variabele factoren. Deel aan je gewicht, activiteitsniveau, lichaamscompositie, menstruatiecyclus, hoeveelheid en soort vetten en eiwitten in een maaltijd, en meer.

Daarnaast is het goed mogelijk dat jouw ratio gedurende de dag anders is. Zo is het heel normaal dat je in de ochtend een lagere ratio hebt (dus meer insuline nodig hebt voor een bepaalde hoeveelheid koolhydraten), dan in de middag of avond. Vanaf nu spreken we daarom van koolhydraatratio’s in meervoud.

Let op: je kunt alleen betrouwbare koolhydraatratio’s berekenen, als je éérst zeker bent van een goede instelling van je basale (achtergrond) insuline. Hoe je dat doet, lees je hier.

Hoe je jouw koolhydraatratio’s moet berekenen

Heb jij het idee dat jouw koolhydraatratio’s voor een bepaalde maaltijd niet accuraat is? Zit je bijvoorbeeld vaak hoog of juist laag na een specifiek eetmoment? Dan is het belangrijk dat je data gaat verzamelen (bloedsuikerresultaten) en deze gaat analyseren. Op die manier kunnen we kijken of er echt een aanpassing nodig is.

Het is belangrijk dat deze analyse gebaseerd is op betrouwbare data. Dit betekent dat je er wat werk voor moet doen, maar het resultaat is het waard. Namelijk een ratio die ervoor zorgt dat je minder hypers en hypo’s krijgt. Doen dus!

Je kunt je koolhydraatratio’s met de onderste 5 stappen berekenen. Het advies is om data te verzamelen over meerdere dagen (minimaal drie), zodat je een betrouwbaard beeld krijgt van de resultaten. Wanneer je deze ratio hebt berekend kun je deze voorleggen aan je dokter. Zo kan hij/zij deze verifiëren of je hierover kan adviseren.

  1. Richt je op één maaltijd/eetmoment tegelijk, bijvoorbeeld lunch. Zorg dat je een specifiek gerecht aanhoudt voor meerdere dagen. Eet deze maaltijd die dagen op hetzelfde moment, en zorg dat het dezelfde hoeveelheden zijn.
  2. Zorg dat je de koolhydraten voor deze maaltijd goed hebt uitgerekend (bijv. met een keukenweegschaal én app) en houd gedurende die dagen waarop je test dezelfde koolhydraatratio aan die je altijd gebruikt voor die maaltijd.
  3. Zorg ervoor dat je voor en na de maaltijd je normale routine aanhoudt, zodat er niets is wat impact heeft op de mogelijke resultaten (denk aan sport, een correctie vooraf, etc.)
  4. Meet je bloedsuikers vooraf, en 90 tot 120 minuten ná de maaltijd.
  5. Je bekijkt of je bloedsuiker vooraf binnen de gestreefde waardes liggen, en of ze ná die 90-120 minuten ook binnen deze waardes liggen.

Na minimaal drie dagen zou je genoeg data moeten hebben om te bepalen of je ratio voor die maaltijd aangepast moet worden of niet. Afhankelijk van jouw resultaten zijn er drie opties waarmee je kan bekijken of je huidige ratio goed is hoe je deze moet aanpassen.

Optie 1: je bloedsuikers zijn vooraf binnen bereik, en na 90-120 minuten ook

Dit wijst erop dat je ratio in orde is. Stel dat je 50 gram koolhydraten hebt gegeten, waarvoor je 5 eenheden snelwerkende insuline hebt gespoten: dan is je koolhydraatratio dus 1 eenheid insuline, voor 10 gram koolhydraten (1:10).

Optie 2: je bloedsuikers zijn vooraf binnen bereik, en na 90-120 minuten te hoog

Als je bloedsuiker niet terug binnen de streefwaardes liggen 90-120 minuten na de maaltijd, dan wijst dit erop dat je koolhydraatratio te hoog is voor die maaltijd. In dat geval kun je (in overleg met je arts) je koolhydraatratio verlagen. Wanneer je met een ratio van 1:10 hebt, dan kun je bijvoorbeeld 1:9 of 1:8 proberen. Hierna kun je dit opnieuw testen.

Optie 3: je bloedsuikers zijn vooraf binnen bereik, en na 90-120 minuten te laag

Als je bloedsuiker lager dan de streefwaardes liggen 90-120 minuten na de maaltijd, dan wijst dit erop dat je koolhydraatratio te laag is voor die maaltijd. In dat geval kun je (in overleg met je arts) je koolhydraatratio verhogen. Wanneer je met een ratio van 1:10 hebt, dan kun je bijvoorbeeld 1:11 of 1:12 proberen, en dan dit opnieuw testen.

In het geval van optie 3 moet je ook nagaan of de timing van je insulinedosering niet te vroeg is. Het kan namelijk zijn dat wanneer je bloedsuiker binnen 30-60 minuten te laag is, de maaltijd op dat punt nog niet volledig is verteerd. In dat geval is er een kans dat je bloedsuiker later nog omhoog gaat. Als je dit ervaart kun je dit het best checken met een FGM, CGM of om de 30 minuten een vingerprik na het eten van je maaltijd. Zo ja, dan kun je proberen je dosering iets korter op de maaltijd te nemen.

Alle bovenstaande ratio’s zijn slechts voorbeelden. Het kan zijn dat jouw persoonlijke ratio’s veel hoger of lager zijn. 

Factoren die invloed hebben op je koolhydraatratio’s

Zoals genoemd zijn er meerdere factoren die invloed hebben op je koolhydraatratio’s. Dit kan betekenen dat je een andere ratio hebt wanneer er sprake is van een van deze factoren. Of dat je door verandering in deze factoren je ratio om de zoveel tijd moet bijstellen. Laten we hieronder kijken naar de belangrijkste factoren.

Vetten en eiwitten

Hoewel er veel zaken zijn die invloed hebben op je koolhydraatratio, wil ik in het specifiek vetten en eiwitten noemen. Beide kunnen namelijk op hun eigen manier impact hebben op je bloedsuikers na een maaltijd.

Vetten kunnen ervoor zorgen dat koolhydraten langzamer worden opgenomen. Verzadigde vetten en transvetten kunnen er zelfs voor zorgen dat je méér insuline nodig hebt dan normaal [1]. Een grote hoeveelheid eiwitten in een maaltijd kan zorgen voor een latere stijging van je bloedsuikers [2], doordat het lichaam overbodige eiwitten omzet in glucose voor energie.

In sommige gevallen kan dit zelfs betekenen dat je een dosering moet verhogen, opsplitsen (pennen) of een dual/square-wave bolus moet nemen (pomp).

Sport en beweging

Wanneer je meer of minder actief bent dan normaal, dan moet je hier rekening mee houden met het berekenen van je insulinedosering. Als je 30 tot 60 minuten voor een training een dosering neemt voor een maaltijd, moet je deze soms wel 25% tot 75% verminderen om een hypo te voorkomen. Echter, voor sommige soorten sport heb je misschien helemaal geen aanpassing nodig, of misschien zelfs een extra dosering. Lees meer over hoe verschillende soorten sport je bloedsuikers beïnvloeden in deze post.

Tijd op de dag

Zoals eerder beschreven is het mogelijk dat je een andere ratio hebt in de ochtend, dan in de middag of avond.

Menstruatiecyclus

Voor vrouwen kan de menstruactiecyclus ervoor zorgen dat de hormonen een flinke impact hebben op bloedsuikers en de insulinebehoefte. Dit kan betekenen dat je daarom andere koolhydraatratio’s en zelfs achtergrondinsulinedoseringen nodig hebt vlak voor, tijdens en/of vlak na deze periode.

Gewicht en lichaamscompositie

Wanneer je lichaamscompositie verandert, kan dit invloed hebben op je ratio’s. Wie bijvoorbeeld in verhouding meer spier krijgt, kan hogere ratio’s terugzien omdat spieren veel glucose opslaan. Hierdoor is er minder insuline nodig voor de koolhydraten in een maaltijd. Echter, wanneer iemand zwaarder wordt door lichaamsvet (i.p.v. spiermassa), dan kan hij/zij meer insulineresistent worden en dus een lagere ratio krijgen.

Hulpmiddelen

Je kunt de hoeveelheid koolhydraten in een maaltijd vaststellen door het gebruik van een keukenweegschaal, de informatie op de verpakking van de ingrediënten welke je voor een maaltijd gebruikt en apps als MyFitnessPal.

Een pomp helpt je met het berekenen van een dosering op basis van de (door jou of je dokter) ingestelde ratios. Wanneer je met pennen spuit, zul je jouw koolhydraatratio’s moeten onthouden. Ikzelf reken ze uit met mijn mobiel en schrijf ze op in de notities.

Tot slot

Het is belangrijk om je verwachtingen te managen. Dankzij de vele factoren welke invloed hebben op je bloedsuikers kan het altijd voorkomen dat je koolhydraatratio voor een maaltijd een paar dagen goed werkt, en van de een op de andere dag toch ineens een hypo of hyper geeft. Soms mis je gewoon nét een van die factoren. Echter, blijft dit een frequente verschijning, dan is het misschien tijd om opnieuw aan je koolhydraatratio’s te gaan sleutelen.

Succes!

Bronnen

[1]: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC3609492/

[2]: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC4512569/