Of je nu meerdere dagelijkse injecties (MDI) toedient of een pompgebruiker bent, zelfmanagement met type 1 diabetes begint bij het instellen van de juiste dosering basale insuline. Immers: wanneer je basale insulinedosering te hoog is, kan dit leiden tot hypo’s en ongewenste gewichtstoename door het oplossen hiervan. Te weinig zorgt er weer voor dat je snel te hoge bloedsuikers krijgt. Tot slot maakt een onjuiste basale insuline dosering het lastig om je insuline-koolhydraatratio te berekenen. In deze blogpost kijken we naar hoe je jouw basale insulinedosering kan testen en aanpassen mits nodig. 

Let op: bespreek het doen van onderstaande test en wijzigingen in je doseringen altijd eerst met je diabetesverpleegkundige. Ik heb geen medisch diploma en ben daarmee niet verantwoordelijk voor jouw acties. 

Waartoe dient basale insuline?

Wanneer het lichaam géén eten verwerkt, komt er via de lever nog steeds glucose terecht in de bloedstroom. Dit gebeurt heel de dag door ‘op de achtergrond’ (vandaar dat basale insuline ook wel ‘achtergrondinsuline’ wordt genoemd). Deze glucose is bedoeld als energie voor lichamelijke taken en dient (net als glucose van eten) via insuline naar de juiste cellen vervoerd te worden om deze energie daadwerkelijk te nuttigen (en om hypers te voorkomen). Een werkende alvleesklier zorgt hier automatisch voor, maar wie met type 1 diabetes leeft moet dit oplossen via extern toegediende insuline middels injecties of een pomp.

Iedereen zijn of haar basale insulinebehoefte is uniek. Deze wordt namelijk door veel factoren beïnvloed, zoals gewicht, dieet, lichaamscompositie, activiteitsniveau, leeftijd, hormonen, en of er nog insuline aangemaakt wordt door de alvleesklier (bijvoorbeeld in de ‘honeymoonfase’).

Zoals in de intro van deze post aangegeven is het handig om éérst je basale insulinebehoefte en dosering vast te stellen, omdat je pas dán je insuline-koolhydraatratio voor je maaltijden kunt berekenen. Doe je dit niet, dan is het lastig om te bepalen welke dosering er aangepast moet worden wanneer je een hoge of lage bloedsuiker hebt na het eten van een maaltijd.

Het testen van je basale insulinedosering

Voor het testen van je basale insulinedosering is het belangrijk om te onthouden dat deze dosering ervoor moet zorgen dat je bloedsuikers gedurende de dag en nacht stabiel blijven in de afwezigheid van voeding, sport, en snelwerkende (bolus) insuline voor je maaltijden. Dit doen we door middel van vasten. Een significante stijging of daling in je bloedsuikers tijdens het vasten duidt er hoogstwaarschijnlijk op dat je basale insulinedosering aangepast dient te worden.

Je kunt middels onderstaande test, waarmee je gaat vasten, controleren of dit voor jou het geval is.

De voorwaarden van de test

Tijdens de test ga je vasten om zo te kijken of je bloedsuikers stabiel blijven met je huidige basale insulinedosering, of dat er hiervoor een aanpassing nodig is.

Om het vasten te starten, moet je wachten tot ongeveer vier uur ná je laatste dosering snelwerkende (bolus) insuline/eetmoment. Dit geeft je lichaam de tijd om de voeding volledig te verteren, en de bolus om uit te werken. Let op: de laatste maaltijd die je hebt gegeten moet vrij laag (<15 gram) in vetten en eiwitten (<30 gram) zijn, om een vertraagde stijging in je bloedsuikers te voorkomen.

Tijdens het vasten hou je jouw normale dagelijkse routine aan. Wanneer je een pompgebruiker bent, moet je deze te allen tijde aangesloten houden. Zorg ervoor dat je tijdens het vasten niet gaat sporten. Het testen dient niet te worden gedaan wanneer je ziek bent of aan het begin van je menstruatie. Ook dien je niet te testen wanneer je een hypo hebt of net hebt gehad, en je tijdens de start van de test een hogere bloedsuiker dan dan 10 mmol/l hebt. Ook kunnen periodes van heftige stress de testresultaten beïnvloeden. Overweeg in dat geval om de test uit te stellen tot een andere periode, of hou rekening hiermee tijdens het analyseren van de bloedsuikers.

Je kunt het testen opdelen in verschillende dagdelen (nacht, ochtend, middag, avond). Zo hoef je niet onnodig honger te lijden. Test bijvoorbeeld op maandag of je bloedsuikers middels vasten in de nacht stabiel blijven, dinsdag check je de ochtend, woensdag de middag, etc.

  • Nachtprofiel testen: eet je laatste maaltijd 4 uur vóór het slapen gaan
  • Ochtendprofiel testen: sla ontbijt over
  • Middagprofiel testen: eet je laatste maaltijd 4 uur voor start van de middag
  • Avondprofiel testen: eet je laatste maaltijd 4 uur voor start van de avond

Het starten van de test:

  1. Bepaal welk dagdeel je wil gaan vasten
  2. Controleer je bloedsuiker ongeveer vier uur na je laatste bolus/snelwerkende injectie
  3. Als je bloedsuiker hoger is dan 10 mmol/l, corrigeer je bloedsuiker en stop de test
  4. Wanneer je bloedsuiker lager is dan 4 mmol/l, los je hypo op en stop de test
  5. Als je bloedsuiker goed is, start dan de test voor dat dagdeel!

Controleer vervolgens je bloedsuiker elk uur om te kijken wat het verloop is. Wanneer je bloedsuiker meer dan 2.5 mmol/l zakt, dan is je basale dosering voor dat dagdeel waarschijnlijk te hoog. Als je bloedsuiker meer dan 2.5 mmol/l stijgt, dan is je basale dosering voor dat dagdeel waarschijnlijk te laag. In beide gevallen moet je je dosering(en) dus aanpassen.

Pomp: aanpassen van je dosering

Met de pomp kun je de basale insulineratio aanpassen van .05 tot .2 eenheden (meer of minder) per uur, afhankelijk van hoe sterk de stijging of daling was gedurende het dagdeel welke je hebt gevast. Wanneer je een aanpassing hebt doorgevoerd, zorg dan dat je deze opnieuw test om te kijken of je bloedsuiker tijdens dat dagdeel dan wél stabiel blijft. Zo niet, blijf dan aanpassen tot dit wel het geval is.

Onthou dat de ratio welke je moet aanpassen ongeveer een tot twee uur vóór de daadwerkelijke piek of daling van je bloedsuikers moet zijn, omdat de snelwerkende insuline van een pomp dan pas piekt en optimaal werkt. Dus als jij tussen 14:00 en 16:00 in de middag een piek of daling hebt ervaren tijdens het vasten, dan moet je dus je ratio van 12:00 tot 14:00 uur aanpassen.

Meerdere Dagelijkse Injecties: aanpassen van je dosering

Wanneer je dagelijks één injectie toedient voor je achtergrondinsuline, kun je deze met 10% verhogen wanneer je een stijging van je bloedsuikers tijdens het vasten ervaart, of 10% verminderen bij een daling van je bloedsuikers tijdens het vasten. Onthou dat voor sommige achtergrondinsulines (Lantus, Tresiba) het een aantal dagen duurt voordat deze aanpassing daadwerkelijk werkt.

Gebruik je dagelijks twee injecties? Dan kan je afhankelijk van het dagdeel/delen waarin de stijging of daling van bloedsuikers tijdens het vasten heeft plaatsgevonden, de dosering van je individuele injecties met 10% veranderen. Steeg je suiker tijdens het vasten? Verhoog je basale insulinedosering dan met 10%. Daalde deze? Verlaag ‘m dan met 10%.

In beide gevallen geldt: wanneer je een aanpassing hebt doorgevoerd, zorg dan dat je deze opnieuw test om te kijken of je bloedsuiker tijdens dat dagdeel dan wél stabiel blijft. Zo niet, blijf dan aanpassen tot dit wel het geval is.

Nogmaals: Bespreek het doen van deze test en eventuele aanpassingen in je doseringen altijd met je dokter!

Tot slot

Wanneer je jouw achtergronddosering zo hebt ingesteld dat je bloedsuikers stabiel blijven gedurende het vasten, kun je daarna je insuline-koolhydraatratio gaan berekenen.